woensdag 11 mei 2011

Vreelandgroep betrokken bij innovatie in de verloskunde

De verloskunde in Nederland is op dit moment volop in beweging. De lont in het kruitvat is ontstoken door de statistici, die meenden te kunnen aantonen dat de babysterfte in ons land hoger is dan in vergelijkbare landen in West Europa. Het vuur is verder aangewakkerd door de overheid die een Stuurgroep eind 2009 een aantal behartenswaardige zaken liet zeggen over de manier waarop de verloskunde in Nederland is georganiseerd.

Het is jammer dat de discussie vervolgens is ontaard in een welles/nietes spel over de vraag of de 1e lijns thuisbevalling nu wel of niet (mede) debet is aan de hoge babysterfte. Op deze manier gaat er veel energie verloren die veel beter besteed kan worden.

Want het gaat niet om de vraag wel of geen thuisbevallingen. De Stuurgroep Zwangerschap en Geboorte heeft laten zien dat er in de organisatie van de verloskunde nog veel te verbeteren valt. En die verbeteringen kunnen alleen tot stand komen als 1e en 2e lijns betrokkenen bij de verloskunde de handen ineen slaan.

Ik prijs me gelukkig de komende maanden een rol te kunnen spelen in dit verbetertraject. Mij is gevraagd tot eind 2011 voorzitter te zijn van een overleg in een regio in Nederland waar 1e lijns verloskundigen, 2e lijns verloskundigen en gynaecologen gezamenlijk gaan werken aan een (nog) betere verloskunde voor de regio. Dus geen domeindiscussies, maar schotten proberen te doorbreken, gericht op continuiteit van zorg voor de cliënt. Niet meer bij nacht en ontij overdracht van een bevallende cliënte van 1e naar 2e lijn zonder dat er een dossier is (ik noem maar een voorbeeld), maar een strakke risicoselectie en begeleiding van de 1e lijnsverloskundige tot in het ziekenhuis (ook maar weer een voorbeeld).

Alle betrokkenen in de regio hebben zich bereid verklaard hun nek uit te steken om de verloskunde verder te perfectioneren. Dat verdient lof en geeft ook verantwoordelijkheid. Niet in het minst bij de voorzitter.

Jan Landman.

0 reacties: